Vragen over de vispas bel 0900 20 25 35 8 sportvisserijnederland

Karpervissen voor beginners.

Verreweg de meeste karpervissers visten al op andere vissoorten voordat ze besloten om voornamelijk op karpers te gaan vissen. Vaak kregen ze de kriebels toen ze de eerste keer, al dan niet per ongeluk, een karper gehaakt hadden en misschien zelfs gevangen. Plotseling was daar de onbedwingbare behoefte om meer en grotere karpers te vangen.

 

Maar hoe begin je nu? Wat moet je allemaal hebben om als beginnende karpervisser? Zijn ze nu alleen maar met die gekleurde, dure knikkers te vangen of kan het ook anders?

 

Als je bij een hengelsportwinkelier gaat kijken dan kan het zijn dat je behoorlijk schrikt van al het benodigde materiaal, voer en aas . In de laatste 30 jaar zijn er, door de uitvinding van de boilie met de bijbehorende zelfhaaksystemen (Ik kom hier straks op terug), zoveel karpervisartikelen op de markt gekomen, dat je bijna door de bomen het bos niet meer ziet. Het lijkt wel alsof je eerst voor een maandsalaris aan spullen nodig hebt om ook maar een kansje te maken ooit eens een (grote) karper te vangen.

 

Laat ik je gerust stellen. Met een beperkte uitrusting kun je op heel veel manieren ook uitstekend karper vangen. Karpervissen is niet moeilijk en gewoon erg leuk om te doen. Elke karper, groot en klein, is een echte vechtersbaas en aan het juiste materiaal geeft het geweldige sport. Begin eenvoudig en respecteer elke karper die je vangt. Hieronder staat hoe je dat kan doen.

 

Als je begint met karpervissen, stuit je al snel op het fenomeen boilies. Je bent hier misschien hartstikke nieuwsgierig naar, want als je de verhalen moet geloven, is een boilie een wonderaas. Toch is dat maar ten dele waar. Een boilie is niets meer dan een hardgekookt deegballetje, al dan niet voorzien van een kleurtje en een geurtje. Het voordeel van een boilie is:

 

1. dat deze, bij het ingooien, niet van de haak vliegt (en dus verre worpen mogelijk maakt),

2. dat witvissoorten zoals brasem er niets mee kunnen aanvangen (te hard) en hem meestal links laat liggen, waardoor je selectief op karper kan vissen en voercampagnes kan houden.

 

Omdat een boilie te hard is om er een haak in te steken of de haak er, bij een aanbeet, uit te slaan, wordt de boilie aan een dun lijntje (de “hair”) naast of onder de karperhaak gehangen. Als een karper de boilie naar binnen zuigt, belandt de blote en vlijmscherpe haak ook in zijn bek. Een stuk wartellood van ongeveer 40 tot 70 gram zorgt ervoor dat de karper niet weg kan zwemmen zonder zichzelf te prikken. Als de karper zich heeft geprikt, schiet hij weg en haakt hij zichzelf. Wat je hiervan merkt? Tot het moment dat de karper zichzelf prikt helemaal niets. Daarna is het alle hens aan dek, want de lijn wordt namelijk in hoog tempo van de spoel getrokken. Karpervissers spreken dan niet van een beet, maar van een “run”. Het geduldig afwachten is voorbij, je hart slaat drie keer over en je krijgt een adrenalinestoot van hier tot Tokio. Het is een kick, die lijdt tot verslaving…

 

Heeft een boilie alleen voordelen? Nee! Hét grote nadeel van een boilie is:

 

1. dat deze door het koken minder aantrekkelijk wordt voor een karper. Die vindt een paar zoete maïskorrels, een broodpluim of een zacht gekookt aardappeltje namelijk veel lekkerder! Daarnaast zijn de boilies voor een karper makkelijk herkenbaar en sommige karpers worden heel voorzichtig als ze er een paar keer op zijn gevangen.

In onze verenigingswateren zit een mooi karperbestand waardoor de kans groot is dat als je zit te vissen er een karper bij je stek langs zwemt. Je kan dan veel beter gewoon met zoete maïs uit blik, een broodvlok of een gekookt aardappeltje vissen. Je krijgt ongetwijfeld eerder beet al zal je ook regelmatig witvis vangen omdat zij ook het voer en het aas eten. Af en toe een beetje bijvoeren en het aas controleren is dan de oplossing. Bovengenoemde aassoorten kunnen gewoon met een dobbertje worden aangeboden.

 

Voor écht grote karpers dien je in groter water te vissen, zoals plassen, rivieren en kanalen. Er zitten er (veel) minder, maar de karpers die er rondzwemmen zijn meestal een stuk groter. Gevolg is wel dat het uren, en soms zelfs dagen, kan duren voordat een karper je voer en aas vindt. Bovendien azen de karpers in deze watertypen meestal ‘s nachts. Hier heb je dus veel meer aan een boilie. Het bijbehorende zelfhaaksysteem (bolt-rig) zorgt er namelijk voor dat je niet uren of dagen (en nachten…) naar een roerloos dobbertje hoeft te staren. Dat houdt niemand vol. Je legt je hengel(s) gewoon in een elektronische beetverklikker, die je waarschuwt als je een “run” hebt met een luide pieptoon. Hierdoor is het zelfs mogelijk dat je ‘s nachts lekker kunt slapen in een tentje (in jargon “bivvy” genaamd).

Het verschil tussen dobbervissen (door karpervissers “penvissen” genaamd) met zachte aassoorten en bodemvissen met boilies (70 gram lood drijft namelijk niet, maar gaat als een raket naar de bodem) zal je duidelijk zijn. En ook welke voor- en nadelen er aan deze twee totaal verschillende aassoorten kleven. Maar hoe vis je eigenlijk met een dobber (“pennetje”) of met een boilie?

 

Omdat een karper een sterke vis is, die gemakkelijk een nylon lijntje breekt, vis je met een werphengel met daarop een werpmolen. Niet omdat je altijd ver moet werpen, maar omdat een werpmolen een slip heeft. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de vis lijn kan nemen op het moment dat deze wordt overbelast en dreigt te breken.

 

Penkarpervissen

Een karperhengel voor het penvissen mag niet te stug zijn, omdat je anders gemakkelijk het aas van de haak werpt maar ook omdat je met een licht pennetje met zacht aas nooit ver kunt werpen. Met een pennetje vis je dus altijd relatief dichtbij. Als je op korte afstand een karper haakt, staat er zodoende ook maar weinig nylon lijn uit. Het weinige beetje rek in de korte nylon lijn vangt amper schokken op. Dat is de taak van de hengel. Vis je nu met een stugge hengel dan is de kans groot dat de haak losschiet of zelfs het lijntje breekt.

 

Een logische vraag zou zijn of je dan niet beter met een dikkere (lees: sterkere) lijn kunt vissen. Dat kan natuurlijk, maar je moet je realiseren dat je daarmee minder subtiel vist. En hoe minder subtiel je vist, hoe minder aanbeten je mag verwachten. Gebruik daarom een karperhengel met een “parabolische” buiging. Een dergelijke hengel buigt gelijkmatig, over de gehele lengte. De testcurve geeft aan hoe soepel een hengel is. Voor het penvissen kiest u voor een testcurve tussen de 1½ en de 2 lbs. Afhankelijk van het aantal obstakels. Is het water obstakelvrij? Gebruik dan een 1½ lbs hengel en spoel 0,22 millimeter nylon op uw molen. Een haak maatje 4 is niet te groot en niet te klein. Zijn er wel obstakels, kies dan voor een 2 lbs karperhengel en gebruik nylon met een diameter van 0,28 millimeter. Omdat je af en toe kracht moet zetten om een vis van de obstakels weg te houden, doet je er verstandig aan de haak één maatje groter (maatje 2) te kiezen omdat deze iets meer vlees pakt.

 

Boilievissen

Omdat boilies vrij hard zijn, gooi je ze niet snel van de haak (of eigenlijk de van de “hair”). Je kan dus in principe zo ver vissen als je kan werpen. Soms is dat handig, want de karper zit niet altijd onder de kant. Om ver te kunnen werpen heb je een iets stuggere hengel nodig. Met een tikkeltje “topactie”. Dat wil zeggen dat de hengel, als hij belast wordt, vooral in de top buigt (en niet gelijkmatig over de gehele lengte, zoals bij een penkarperhengel). Kies voor een karperhengel met een testcurve tussen de 2 en de 2½ lbs. Zwaarder mag, maar dan buigt de hengel amper meer en beleef je weinig plezier aan het “drillen” (afmatten) van een karper. Met dergelijke karperhengels is het ook geen probleem om het wartellood van ongeveer 70 gram ver weg te werpen. Je mag natuurlijk lichter lood gebruiken, maar lichter dan 40 gram zou ik niet gaan. Bij het boilievissen is het vooral belangrijk dat je dit zwaardere lood ver kunt werpen. Bij penvissen is het, zoals gezegd, vooral belangrijk dat de hengel de schokken van een wegvluchtende vis opvangt. Is dat opvangen van klappen bij een karperhengel voor het boilievissen dan niet belangrijk? Natuurlijk wél, maar omdat er veel nylon lijn uitstaat, zit er ook veel rek in de uitstaande lijn. En die vangt de ergste klappen op. Tegen de tijd dat je de vis bij de kant hebt, is de karper al grotendeels moe gestreden. Bij het boilievissen worden dikkere lijnen (meestal 0,30 tot 0,35 millimeter) gebruikt. De subtiliteit zit hem in de speciale onderlijn (“hair-rig” genaamd). Deze kun je kant en klaar kopen of zelf knopen. Ze zijn meestal 20 tot 30 centimeter lang, worden gemaakt van soepele, gevlochten lijn en zijn voorzien van een haak maatje 2, 4 of 6 (met hair) en een wartel.

 

Korstvissen

Tenslotte is er nog het korstvissen op karper. Dat is misschien wel de mooiste manier van karpervissen. Als het mooi rustig en warm weer is, zwemmen de karpers vaak hoog. Een drijvende broodkorst wordt meestal genegeerd (helaas), maar af en toe zie je er toch eentje voorzichtig de korst naar binnen slurpen. Prachtig! Let echter op! Beginnelingen kunnen vaak hun zenuwen niet de baas en slaan… te vroeg! Wacht rustig tot de karper zich weer iets heeft laten zakken en je de lijn ziet lopen. Sla nu rustig aan. Het spreekt voor zich dat je bij deze visserij onopvallend te werk dient te gaan. Beweeg zo min mogelijk en hou je laag.

 

Baitrunners

Voor het karpervissen volstaat een “gewone” werpmolen. Het belangrijkste is dat hij soepel draait (wel zo fijn) en de slip goed werkt (dus zonder horten of stoten). Er moet minimaal 100 meter 0,30 millimeter op kunnen. Werpmolens voor het boilievissen zijn doorgaans iets groter. Omdat er dikkere lijn op gaat én omdat je met een werpmolen met een grote spoel verder kunt werpen. Onder boilievissers zijn vooral werpmolens van het type “baitrunner” erg populair. Dit type werpmolen heeft een dubbele slip. Eéntje voor het drillen van de vis (de gevechtsslip) en eentje voor het gecontroleerd lijn geven. Bij de betere modellen, schiet de molen automatisch van de vrijloopslip in de gevechtsslip op het moment dat je aan de slinger draait.

 

Schepnet

Kies je schepnet niet te klein. Je zult niet de eerste zijn die een karper verspeelt omdat de vis niet goed in het net paste.

 

Onthaakmat

Leg een gevangen vis niet in het zand of op stenen maar op een onthakingsmat. Op die manier beschadigt zijn slijmlaag niet en zal hij geen infecties oplopen. Als je ‘s nachts een karper vangt en je wil deze bij daglicht fotograferen, dan kan je de vis tot de volgende ochtend in een speciale karperbewaarzak in het water hangen. Stop niet meer dan één karper in een bewaarzak, anders beschadigen de vissen elkaar! Het spreekt voor zich dat je een karper voorzichtig terugzet.

Ik wens jullie heel veel plezier toe met het vissen op karpers. Succes.

karper