Home / Statuten

Statuten

concept statuten

– 1-

Bruggink & van Beek

notarissen / adviseurs

CONCEPT 24 augustus 2026

Oosterweg 6

6602 HD WIJCHEN

Indien er onjuistheden voorkomen in Uw personalia of

elders in de tekst gelieve U tijdig voor het passeren der

akte contact op te nemen

Dossiernummer: 1042755/LR

STATUTENWIJZIGING HENGELSPORTVERENIGING “DEN HELDER”

Heden, *

tweeduizend zes en twintig,

verscheen voor mij, Mr. *, notaris te Wijchen:

*;

te dezen handelende als schriftelijk gevolmachtigde van de vereniging:

HENGELSPORTVERENIGING “DEN HELDER”, statutair gevestigd te Den Helder,

kantoorhoudende te 1781 WD Den Helder, Lijsterstraat 34, ingeschreven in het

handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 40634747;

hierna te noemen: ‘de Vereniging’.

De verschenen persoon, handelend als gemeld, heeft mij, notaris, het volgende

verklaard:

INLEIDING

1. De Vereniging werd opgericht op negentien september negentienhonderd vier en

dertig.

2. De statuten van de Vereniging zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op

zestien januari negentienhonderd vijf en negentig verleden voor Mr. A.M. Schenk,

destijds notaris te Den Helder.

3. Op * heeft de algemene vergadering van de Vereniging besloten de statuten van de

Vereniging te wijzigen.

Het stuk waaruit dit besluit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt.

4. De verschenen persoon is door de algemene vergadering gemachtigd deze

statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen.

STATUTENWIJZIGING

Als gevolg van het besluit tot statutenwijziging luiden de statuten met onmiddellijke

ingang als volgt:

STATUTEN

Naam, zetel en duur

Artikel 1

1. De vereniging draagt de naam: HSV Den Helder.- 2-

Zij wordt in de statuten genoemd: “de vereniging”.

2. De vereniging heeft haar zetel te Den Helder.

3. De vereniging is opgericht op negentien september negentienhonderd vier en dertig

en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Doel en werkwijze

Artikel 2

1. Het doel van de vereniging is:

a. het bevorderen van de hengelsport als sportieve recreatie;

b. het beschermen en verbeteren van de visstand;

c. het behartigen van de belangen op hengelsportgebied van de sportvissers in het

algemeen en van de leden en de jeugdleden van de vereniging in het bijzonder.

2. De vereniging tracht haar doelstellingen te bereiken, hetzij zelfstandig, hetzij in

samenwerking met andere hengelsportverenigingen, hetzij door aansluiting bij- en in

samenwerking met overkoepelende organisaties door:

a. het kopen, huren of op andere wijze, met of zonder lasten, ter beschikking

krijgen van vis- en looprecht, viswater, terreinen, opstallen en van overige zaken,

die de beoefening van de hengelsport kunnen bevorderen;

b. te streven naar wettelijke regelingen en andere overheidsmaatregelen, waardoor

de belangen van de hengelsport worden gewaarborgd en mogelijk bevorderd;

c. het in stand houden en verbeteren van een milieu dat aan de beoefening van de

hengelsport zoveel mogelijk kansen biedt;

d. het zo nodig uitzetten van vissoorten die voor de hengelsport en/of het milieu

van belang zijn of kunnen zijn en overigens het zoveel mogelijk op peil houden

van de visstand in het ter beschikking van de (jeugd)leden staande viswater;

e. alle overige wettige middelen welke de doelstellingen van de vereniging kunnen

bevorderen.

Categorieën van betrokken personen

Artikel 3

De vereniging kent:

a. ereleden;

b. leden;

c. jeugdleden;

d. begunstigers.

Ereleden

Artikel 4

Ereleden zijn natuurlijke personen die vanwege hun verdiensten voor de vereniging en/of

hengelsport in het algemeen op voorstel van het bestuur door de ledenvergadering tot

erelid zijn benoemd.

Ereleden hebben alle rechten, voortvloeiend uit het lidmaatschap van de vereniging

behoudens het stemrecht, tenzij zij tevens lid van de vereniging zijn, in welk geval zij

eveneens het stemrecht hebben.- 3-

Ereleden zijn vrijgesteld van financiële verplichtingen jegens de vereniging.

Leden en lidmaatschap

Artikel 5

1. Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.

2. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de leeftijd van veertien

jaar hebben bereikt op één januari van het jaar waarin zij lid worden.

3. De aanmelding voor het lidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het bestuur door

middel van een aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor kiest kan

aanmelding ook via een elektronisch formulier plaatsvinden.

4. Het bestuur beslist uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het

aanmeldingsformulier over de toelating tot het lidmaatschap. Nadere regels over de

aanmelding en toelating kunnen worden gesteld bij besluit van het bestuur en/of bij

reglement.

Bij toelating tot het lidmaatschap ontvangt het lid een lidmaatschapsbewijs.

Bij niet-toelating geeft het bestuur de aanvrager van het lidmaatschap schriftelijk

bericht daarvan waarin de redenen die tot weigering van de toelating hebben geleid

worden vermeld en de mogelijkheid om tegen die beslissing schriftelijk beroep in te

stellen bij de commissie van beroep zoals vermeld in artikel 16.

5. Bij niet-toelating tot het lidmaatschap kan de aanvrager binnen één maand na

ontvangst van de in het vorige lid genoemde schriftelijke kennisgeving beroep

instellen bij de commissie van beroep zoals vermeld in artikel 16.

De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep

binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. De

commissie van beroep kan alsnog tot toelating besluiten, in welk geval de betrokkene

alsnog een lidmaatschapsbewijs ontvangt.

De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van het besluit van de commissie

van beroep in kennis gesteld.

6. Een jeugdlid wordt lid met ingang van één januari van het jaar, volgend op het jaar

waarin dit jeugdlid de leeftijd van veertien jaar bereikt, tenzij het jeugdlidmaatschap

vóór één oktober van het voorafgaande jaar schriftelijk is opgezegd.

7. Het bestuur houdt een register bij waarin onder andere de namen, adressen en

geboortedata alsmede (indien mogelijk) een telefoonnummer en persoonlijk e-

mailadres van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door het bestuur aan te

geven wijze. In het register worden alleen die gegevens bijgehouden die voor het

realiseren van het doel van de vereniging noodzakelijk zijn.

8. Het bestuur kan na een voorafgaand besluit van de algemene vergadering en met

inachtneming van de geldende wetgeving op het gebied van privacy, geregistreerde

gegevens aan derden verstrekken, behalve van het lid dat tegen deze verstrekking bij

het bestuur schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. De verplichting om de algemene

vergadering hierover te laten besluiten en het recht op bezwaar geldt niet voor de

noodzakelijk door de vereniging aan derden te verstrekken gegevens, waaronder de- 4-

verstrekking van gegevens aan de overkoepelende organisaties en gegevens die aan

overheden of (publiekrechtelijke) instellingen dienen te worden verstrekt in verband

met een wettelijke verplichting.

Jeugdleden en jeugdlidmaatschap

Artikel 6

1. Jeugdleden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die nog niet de

leeftijd van veertien jaar hebben bereikt op één januari van het jaar waarin zij lid

worden.

2. De aanmelding voor het jeugdlidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het bestuur

door middel van een aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor kiest kan

aanmelding ook via een elektronisch formulier plaatsvinden. Het formulier dient

mede door de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de aanvrager te worden

ondertekend.

De indiening van het aanmeldingsformulier voor het jeugdlidmaatschap houdt in een

aanmelding voor het lidmaatschap van de vereniging met ingang van de datum

waarop de aanvrager dat lidmaatschap kan verkrijgen, onder toepassing van het

bepaalde in artikel 5 lid 6.

3. Het bestuur beslist over de toelating tot het jeugdlidmaatschap binnen één maand na

ontvangst van het aanmeldingsformulier.

Bij toelating tot het jeugdlidmaatschap wordt aan de wettelijke vertegenwoordiger(s)

van het jeugdlid een ten name van het jeugdlid gesteld jeugdlidmaatschapsbewijs

toegezonden.

Bij niet-toelating geeft het bestuur de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de

aanvrager schriftelijk bericht daarvan. Tegen deze beslissing van het bestuur staat

geen beroep open.

Aanvang en einde van het lidmaatschap

Artikel 7

1. Het lidmaatschap van de vereniging begint op de datum waarop het bestuur dan wel

de commissie van beroep, tot de toelating van de aanvrager heeft besloten. In het

geval, vermeld in artikel 5 lid 6 begint het lidmaatschap van het betrokken jeugdlid

op één januari van het jaar, volgend op het jaar waarin het jeugdlid de leeftijd van

veertien jaar heeft bereikt.

2. Het lidmaatschap eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door tijdige schriftelijke opzegging door het lid;

c. door tijdige schriftelijke opzegging namens de vereniging.

Deze opzegging kan gebeuren wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de

vereniging niet, niet tijdig of niet volledig nakomt en ook wanneer redelijkerwijs

van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap van het betrokken

lid voort te zetten;

d. door ontzetting uit het lidmaatschap met onmiddellijke ingang.- 5-

Deze ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de

statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten der vereniging handelt,

waaronder begrepen het begaan van de overtredingen welke zijn opgenomen in

het huishoudelijk reglement, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

4. Opzegging door het lid of namens de vereniging kan slechts gebeuren tegen een en

dertig december van enig jaar.

Bij opzegging door het lid kan opzegging slechts plaatsvinden met inachtneming van

een opzegtermijn van tenminste drie maanden en door middel van een gedagtekende

en persoonlijk ondertekende brief. Bij een minderjarig lid moet de brief ook door diens

wettelijke vertegenwoordiger(s) zijn ondertekend.

Bij opzegging namens de vereniging kan de opzegging plaatsvinden met inachtne-

ming van een opzegtermijn van tenminste één maand.

Het lidmaatschap kan echter met onmiddellijke ingang worden opgezegd indien van

een lid of van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap

te laten voortduren.

5. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap

eindigen op een en dertig december van het jaar volgende op het jaar waarin is

opgezegd.

6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

7. De betrokkene wordt zo snel mogelijk schriftelijk van het besluit tot ontzetting in

kennis gesteld, met opgave van redenen en onder vermelding van de mogelijkheid

van beroep daartegen. Tegen een besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens

de vereniging en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap kan de

betrokkene binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit,

schriftelijk in beroep gaan bij de commissie van beroep. Gedurende de beroepstermijn

en gedurende de beroepsprocedure is het betrokken lid geschorst.

8. De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep

binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. Het

betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het besluit van de commissie schriftelijk

in kennis gesteld.

Wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep gegrond acht, eindigt de

schorsing van het betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak van

de commissie; wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep ongegrond

acht, eindigt het lidmaatschap van het betrokken lid op de dag van de

dienovereenkomstige uitspraak van de commissie.

9. Voordat het bestuur een besluit neemt tot opzegging van, of ontzetting uit het

lidmaatschap kan het bestuur het betrokken lid schriftelijk een waarschuwing (laten)

geven, met vermelding van de reden(en) welke kan (kunnen) leiden tot een zodanig

besluit van het bestuur. Het bestuur kan aan die waarschuwing een periode

verbinden waarbinnen het betrokken lid alsnog volledig aan zijn verplichtingen ten- 6-

opzichte van de vereniging moet hebben voldaan.

10. Het bestuur kan ook alvorens een besluit te nemen tot opzegging van, of ontzetting

uit het lidmaatschap, het betrokken lid schorsen voor een periode van maximaal drie

maanden.

De schorsing eindigt van rechtswege wanneer het bestuur niet vóór het einde van de

schorsingsperiode een besluit heeft genomen hetzij tot opzegging van het

lidmaatschap van het betrokken lid of tot ontzetting van dat lid uit zijn lidmaatschap,

hetzij tot beëindiging van de schorsing.

Het betrokken lid ontvangt over zijn schorsing schriftelijk bericht waarin wordt

vermeld: de periode gedurende welke hij is geschorst, de redenen die tot zijn

schorsing hebben geleid en de mededeling dat het bestuur zal overgaan tot

opzegging van zijn lidmaatschap of ontzetting uit zijn lidmaatschap wanneer het

betrokken lid niet alsnog voor het einde van de schorsingsperiode volledig aan zijn

verplichtingen tegenover de vereniging heeft voldaan of dat lid gedurende de

schorsingsperiode dan wel daarna de overtreding(en) of handeling(en) in strijd met de

statuten, het huishoudelijk reglement of de besluiten van de vereniging herhaalt.

11. Tijdens de schorsing als vermeld in lid 7 en lid 10 van dit artikel kunnen door het

(jeugd)lid geen lidmaatschapsrechten worden uitgeoefend.

Een geschorst (jeugd)lid is verplicht de door of namens de vereniging aan hem

uitgegeven toestemming(en) en overige bescheiden voor de duur van de schorsing in

te leveren.

Aanvang en einde van het jeugdlidmaatschap

Artikel 8

1. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop het bestuur

tot toelating van de aanvrager tot het jeugdlidmaatschap heeft besloten.

2. Het jeugdlidmaatschap eindigt op dezelfde manier zoals is bepaald in het voorgaande

artikel, met dien verstande dat tegen een besluit van het bestuur tot opzegging van

het jeugdlidmaatschap geen beroep op de commissie van beroep mogelijk is.

3. Het jeugdlidmaatschap eindigt ook in het geval als bedoeld in artikel 5 lid 6.

4. De bepalingen omtrent een waarschuwing en een schorsing zoals vermeld in de leden

9, 10 en 11 van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een

jeugdlid, met dien verstande dat alle schriftelijke mededelingen terzake worden

gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het betrokken jeugdlid.

Rechten en verplichtingen van de leden en de jeugdleden

Artikel 9

1. Het lidmaatschap van de vereniging geeft de leden het recht:

a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen, daarin het woord te voeren en het

stemrecht uit te oefenen;

b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied

van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of

besluiten van de vereniging;- 7-

c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een

andere hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie, georganiseerde

wedstrijden en andere activiteiten;

d. een lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen, te

ontvangen. Deze bescheiden blijven eigendom van de vereniging.

2. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging geeft de jeugdleden het recht:

a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen en daarin het woord te voeren;

b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied

van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of

besluiten van de vereniging tenzij daarbij uitdrukkelijk is vastgelegd dat bepaalde

faciliteiten niet openstaan voor jeugdleden;

c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een

andere hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie, georganiseerde

wedstrijden en andere activiteiten, tenzij door het bestuur is besloten dat

deelname aan de bepaalde wedstrijd of activiteit niet voor jeugdleden openstaat;

d. een jeugdlidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen,

te ontvangen. Deze bescheiden blijven eigendom van de vereniging.

3. De leden en jeugdleden zijn verplicht:

a. de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging na te

leven, alsmede de belangen van de vereniging niet te schaden;

b. voor zover niet anders is bepaald, uiterlijk binnen één maand na de aanvang van

het lidmaatschap respectievelijk het jeugdlidmaatschap het inschrijfgeld te

voldoen;

c. de jaarlijkse contributie voor leden respectievelijk jeugdleden te voldoen op de

daarvoor bij het aangaan van het lidmaatschap omschreven of bij reglement

vastgestelde wijze en tijdstippen;

d. zich te onthouden van de in het huishoudelijk reglement opgenomen

overtredingen en de voorwaarden van de schriftelijke toestemming (vergunning)

na te leven;

e. te voldoen aan de verzoeken van de controleurs zoals vermeld in artikel 17 en

aan hen op eerste verzoek het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke

toestemming(en) om te vissen af te geven;

f. het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of de schriftelijke toestemming(en) om te

vissen dan wel andere bescheiden of spullen van de vereniging op eerste verzoek

van het bestuur aan het bestuur af te geven;

g. tot nakoming van de verplichtingen die door de vereniging in naam van de leden

en de jeugdleden zijn aangegaan;

h. door de Sportvisunie opgelegde maatregelen te respecteren en accepteren,

behoudens statutaire beroepsmogelijkheden.

4. Een lid of jeugdlid kan de toepasselijkheid te zijnen opzichte van een besluit van het

bestuur of van de ledenvergadering waarbij de verplichtingen van de (jeugd)leden, — 8-

verplichtingen van geldelijke aard en/of van andere aard-, zijn verzwaard door

opzegging van zijn (jeugd)lidmaatschap niet uitsluiten.

5. Alle stukken bestemd voor de vereniging, haar bestuur en overige organen en de

namens haar optredende personen kunnen worden verzonden naar het daartoe door

het bestuur bekend gemaakte adres van het secretariaat.

6. Strafbaar is elk handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen, codes

en/of besluiten van organen van de vereniging alsmede het handelen in strijd met de

voorwaarden van de door de vereniging uitgegeven schriftelijke toestemmingen of

hetgeen waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.

Voor zover deze bevoegdheid niet aan een commissie belast met de tuchtrechtspraak

is opgedragen, is het bestuur bevoegd om, in geval van strafbare handelingen of

gedragingen zoals bedoeld in dit lid, de volgende straffen op te leggen:

a. berisping;

b. tuchtrechtelijke boete;

c. intrekken schriftelijke toestemming om te vissen;

d. schorsing;

e. ontzetting (royement).

Alle straffen dienen onverwijld en met een redenen omkleed schrijven aan het lid

kenbaar gemaakt te worden. Tegen een strafmaatregel kan het lid binnen een maand

beroep aantekenen bij de commissie van beroep conform artikel 7.

Tuchtrechtelijke boetes kunnen slechts worden opgelegd tot de bij reglement

vastgestelde maxima.

7. Indien aan een lid van de vereniging een maatregel wordt opgelegd door De

Sportvisunie die gericht is tegen het lidmaatschap van het lid bij De Sportvisunie

(schorsing, opzeggen lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap) werkt deze

sanctie automatisch op eenzelfde manier door naar het lidmaatschap van het lid bij

de vereniging.

Begunstigers

Artikel 10

1. Begunstigers zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die zich tegenover de

vereniging hebben verbonden tot een periodieke bijdrage in geld, goederen of

diensten zonder daarvoor een tegenprestatie te vragen. De minimum bijdrage in geld

wordt van tijd tot tijd vastgesteld door het bestuur. Begunstigers hebben geen andere

rechten dan de rechten die aan hen bij de statuten zijn toegekend.

2. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds

door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het

lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.

3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

Bestuur; benoeming van bestuursleden

Artikel 11

1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit minimaal drie en- 9-

maximaal vijf bestuursleden. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het

zittende bestuur, met inachtneming van de hiervoor genoemde grenzen.

2. Bestuursleden worden benoemd door de ledenvergadering uit de meerderjarige leden.

3. De benoeming van bestuursleden gebeurt uit een niet-bindende voordracht welke

voor elke vacature wordt opgemaakt door het bestuur. Een zodanige voordracht kan

ook worden opgemaakt door een groep van twintig of meer leden. Een voordracht

hoeft voor elke vacature slechts één naam te bevatten.

4. De voordracht(en) vanuit het bestuur wordt (worden) bij de oproeping voor de

vergadering waarin de benoeming van bestuursleden aan de orde komt, medegedeeld.

De voordracht(en) vanuit de groep van leden moet (moeten) uiterlijk vijf weken vóór

de dag der vergadering schriftelijk bij het bestuur zijn ingediend, vergezeld van een

bereidverklaring van de voorgedragen kandidaat om bij zijn benoeming tot

bestuurslid die functie te aanvaarden. De voordracht(en) vanuit de leden wordt

(worden) in de agenda voor de desbetreffende vergadering vermeld.

5. De benoeming van een bestuurslid vindt plaats uit de opgemaakte voordracht(en). De

ledenvergadering kan echter met tenminste twee derde van de uitgebrachte stemmen

een bestuurslid benoemen uit de meerderjarige leden buiten de opgemaakte

voordracht(en) om.

6. Indien de voordracht voor een bestuursfunctie één kandidaat voor een te vervullen

plaats bevat, dan heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat is

benoemd, tenzij het bindende karakter aan de voordracht wordt ontnomen.

7. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met:

– het lidmaatschap van de kascommissie;

– het lidmaatschap van de commissie van beroep.

Einde bestuurslidmaatschap; schorsing; bestuur een wettig college

Artikel 12

1. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, op elk moment

door de ledenvergadering op een met redenen omkleed voorstel van alle overige

bestuursleden of van tenminste twintig leden worden ontslagen of geschorst.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot

ontslag of tot opheffing van de schorsing eindigt door het verloop van die termijn.

Tijdens de schorsing kan de betrokkene zijn bestuursfunctie niet uitoefenen.

2. Ieder jaar aan het einde van de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2 treden

tenminste één bestuursleden af volgens een door het bestuur op te maken rooster

van aftreden waarin is bepaald dat elk bestuurslid uiterlijk aftreedt aan het einde van

de jaarvergadering gehouden in het drie jaar, volgend op het jaar waarin hij

werd benoemd.

Een volgens rooster aftredend bestuurslid is direct herbenoembaar.

Het bestuurslid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster

van aftreden de plaats van zijn voorganger in.

3. Bij aftreden volgens rooster blijft een bestuurslid in functie totdat hij is herbenoemd- 10-

dan wel zijn opvolger is benoemd.

4. Het bestuurslidmaatschap eindigt verder:

a. door bedanken door het bestuurslid;

b. door overlijden van het bestuurslid;

c. door ontslag van het bestuurslid door de ledenvergadering;

d. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging.

In de gevallen genoemd onder a. en d. treedt het bestuurslid af aan het einde van de

eerste bestuursvergadering, volgend op de omstandigheid die tot zijn aftreden heeft

geleid.

5. Als het aantal bestuursleden op enig moment daalt beneden het minimum aantal als

bedoeld in artikel 11 lid 1, blijft het bestuur desondanks een wettig college vormen

uiterlijk tot de afloop van de eerstvolgende ledenvergadering, gehouden nadat

genoemde situatie is ontstaan en door welke vergadering in de bestaande vacature(s)

is voorzien zodat het bestuur weer uit tenminste drie bestuursleden bestaat.

Bestuursfuncties; bestuursvergaderingen; besluitvorming door het bestuur

Artikel 13

1. De ledenvergadering wijst uit de bestuursleden, op voorstel van het bestuur, een

voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.

Overigens verdelen de bestuursleden de werkzaamheden van het bestuur in onderling

overleg met inachtneming van de specifieke taken van de voorzitter, de secretaris en

de penningmeester van het bestuur.

2. Het bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of een ander bestuurslid dat wenselijk

acht, maar tenminste één maal per drie maanden.

De oproeping voor een bestuursvergadering gebeurt schriftelijk of via elektronische

weg op een termijn van tenminste zeven dagen onder vermelding van de agenda en

onder toevoeging van de bij de agenda behorende bijlagen.

3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid,

door degene die daartoe door de overige bestuursleden wordt aangewezen.

Bestuursleden kunnen tijdens de vergadering nog agendapunten inbrengen als de

voorzitter van de vergadering hiermee instemt.

4. Ieder bestuurslid brengt ter vergadering één stem uit.

Bestuursleden kunnen zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.

5. Geldige besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen in een

vergadering, waarin tenminste drie bestuursleden aanwezig zijn, met inachtneming

van hetgeen is bepaald in artikel 14 lid 2.

Alle stemmingen gebeuren mondeling.

Het onthouden van stemmen staat gelijk aan een niet-uitgebrachte stem.

Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

6. Een unanieme schriftelijke verklaring van de gezamenlijk fungerende bestuursleden

heeft dezelfde rechtskracht als een besluit, dat op geldige wijze werd genomen in een

vergadering van het bestuur.- 11-

Een zodanige verklaring wordt bewaard bij de notulen.

7. Van hetgeen er in een bestuursvergadering is besproken worden notulen gemaakt

door de secretaris en bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door de

voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, welke notulen in de volgende

vergadering door het bestuur worden vastgesteld.

8. Overige regelingen met betrekking tot de bestuursvergaderingen worden door het

bestuur in onderling overleg vastgesteld.

Bestuurstaak en bestuursbevoegdheid; dagelijks bestuur

Artikel 14

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de wet is het bestuur belast met

het besturen van de vereniging, waaronder begrepen het uitvoeren van besluiten van

de ledenvergadering.

2 Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd.

Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een vergadering te beleggen waarin de

voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de

kascommissie of door deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende

deze periode verrichte bestuursdaden worden de aanwezen personen met een

bestuurder gelijkgesteld.

4. Het bestuur is bevoegd:

a. om namens de vereniging overeenkomsten te sluiten met een geldelijk belang

van maximaal vijftienduizend euro (€ 15.000,00) per rechtshandeling. Voor

overeenkomsten waarbij het belang een bedrag van vijftienduizend euro

(€ 15.000,00) te boven gaat, is voorafgaande goedkeuring van de

ledenvergadering vereist;

b. tot het sluiten van overeenkomsten en het maken van afspraken met betrekking

tot vis- en looprechten;

c. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering tot het sluiten van

overeenkomsten tot het kopen of op andere titel in eigendom verkrijgen,

vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede tot het sluiten van

overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-

schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot

zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;

d. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering, het lidmaatschap aan te

vragen en te beëindigen van een overkoepelende organisatie tot welk

belangengebied de vereniging behoort alsmede aan de (jeugd)leden van de

vereniging de verplichtingen op te leggen waartoe zodanig lidmaatschap de

vereniging verplicht;

e. de vereniging in naam van de (jeugd)leden andere verplichtingen te laten

aangaan;

f. tot het benoemen en ontslaan van de leden van de commissies als bedoeld in- 12-

artikel 16;

g. tot het aanstellen van controleurs zoals bedoeld in artikel 17;

h. tot het evenredig indexeren van de contributie na een verhoging van de aan de

koepelorganisatie verschuldigde afdracht.

5. Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van

de vereniging. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet deelnemen aan

de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Indien

hierdoor geen besluit kan worden genomen is lid 3 van dit artikel van toepassing.

6. Bestuurders hebben altijd het recht om de algemene vergadering te adviseren over

een besluit dat moet worden genomen. Ook als de bestuurders vervolgens zelf mogen

meestemmen als lid.

7. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen met elkaar het dagelijks

bestuur van de vereniging en zijn als zodanig meer in het bijzonder belast met de

dagelijkse gang van zaken.

Vertegenwoordiging

Artikel 15

De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur of door twee

gezamenlijk handelende leden van het bestuur waaronder te allen tijde één lid van het

dagelijks bestuur.

Het voltallige bestuur kan aan de penningmeester volmacht verlenen om binnen bepaalde

grenzen zelfstandig te beschikken over de geldmiddelen van de vereniging.

Commissies

Artikel 16

1. De vereniging kent de volgende commissies:

I de commissie van beroep;

II de kascommissie;

De vereniging kan verder nog de volgende commissies instellen:

III een commissie water- en visstandbeheer;

IV een commissie ter behandeling van overtredingen;

V een wedstrijdcommissie;

VI een controlecommissie;

VII een jeugdcommissie;

VIII andere commissies die door het bestuur noodzakelijk of wenselijk worden

geacht.

2. De taken van de commissie van beroep kunnen ook worden vervuld door de

commissie van beroep van De Sportvisunie. In dat geval hoeft de vereniging zelf geen

commissie van beroep in te stellen.

4. De samenstelling, de wijze van benoeming en de taak en bevoegdheden van de

kascommissie zijn geregeld in artikel 19 lid 4.

De kascommissie werkt onafhankelijk van het bestuur.

5. In de jaarvergadering of in een andere ledenvergadering kunnen op voorstel van het- 13-

bestuur door die vergadering worden ingesteld één of meer van de commissies zoals

bedoeld in lid 1 onder III t/m VIII.

Met betrekking tot zodanige commissies gelden de volgende bepalingen.

Het voorstel van het bestuur tot instelling van een commissie bevat de hoofdlijnen

van de taakomschrijving, bevoegdheden, werkwijze en verder alles wat nadere

regeling behoeft, op te nemen in het huishoudelijk reglement voor zover daaromtrent

niet al bepalingen in dat reglement zijn opgenomen.

De leden van een commissie worden benoemd door het bestuur uit de leden van de

vereniging.

Tenminste twee leden kunnen ter zake een voorstel bij het bestuur indienen.

Commissieleden worden benoemd voor onbepaalde tijd; zij kunnen op elk moment

door het bestuur van hun functie worden ontheven.

Een commissie werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Controle

Artikel 17

1. Tenzij het bestuur kiest voor een andere werkwijze of op basis van een besluit van

een overkoepelend orgaan verplicht is tot een andere werkwijze, wordt de controle op

en aan het viswater waarvan de vereniging het visrecht heeft, door het bestuur

opgedragen aan één of meer door het bestuur daartoe aangewezen controleurs.

Het bestuur stelt het aantal controleurs vast en reikt aan hen – al dan niet door

tussenkomst van een andere (overkoepelende) organisatie – een legitimatiebewijs uit.

Een controleur wordt benoemd voor onbepaalde tijd en kan op elk moment uit die

functie worden ontheven door het bestuur.

2. De controleurs controleren op de naleving van de bepalingen van de Visserijwet 1963

en de daarop gebaseerde overheidsvoorschriften en de voorwaarden van de door of

namens de vereniging uitgegeven toestemmingen, alsmede de overtredingen welke

zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement.

3. Houders van toestemmingen zijn verplicht de door of namens de vereniging

uitgereikte toestemming(en) en andere bescheiden op eerste aanvraag aan een

controleur te overhandigen ter controle.

4. De controleurs zijn verplicht zich bij een controle behoorlijk te legitimeren.

5. In het huishoudelijk reglement kunnen met betrekking tot controles en controleurs

nadere regels worden opgenomen.

Geldmiddelen

Artikel 18

1. De geldmiddelen van de vereniging omvatten:

a. het inschrijfgeld en de contributies van de leden en de jeugdleden;

b. de bijdragen van de begunstigers;

c. de opbrengst van activiteiten van de vereniging;

d. alle overige wettig verworven baten.

2. Wanneer het (jeugd)lidmaatschap wordt beëindigd in de loop van een verenigingsjaar- 14-

is toch de volledige contributie over dat jaar verschuldigd. Het bestuur kan besluiten

tot gedeeltelijke restitutie op grond van bijzondere omstandigheden.

3. Erfstellingen zullen niet anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving

worden aanvaard.

Verenigingsjaar; jaarverslag; rekening en verantwoording

Artikel 19

1. Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig

aantekeningen te houden, dat daaruit op elk moment de rechten en de verplichtingen

van de vereniging kunnen worden gekend.

3. Op de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2, brengt het bestuur een

jaarverslag uit over het afgelopen verenigingsjaar over de gang van zaken in de

vereniging en over het gevoerde beleid. Ook legt het bestuur de balans en de staat

van ontvangsten en uitgaven (de jaarrekening) met een toelichting ter goedkeuring

over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders en – indien van

toepassing – commissarissen. Ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner,

dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

Goedkeuring van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge voor

zijn bestuurswerkzaamheden gedurende dat verenigingsjaar voor zover die

werkzaamheden uit de overlegde stukken blijken.

4. De ledenvergadering benoemt in de jaarvergadering op voorstel van het bestuur uit

de meerderjarige leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel

mogen uitmaken van het bestuur; de kascommissie. De kascommissie heeft tot taak

toezicht te houden op het financiële beleid van het bestuur.

De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en

brengt de ledenvergadering schriftelijk verslag van zijn bevindingen uit.

De kascommissie is bevoegd met tenminste twee commissieleden besluiten te nemen.

Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

5. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle gewenste inlichtingen te

verschaffen, desgewenst de kas en de waarden van de vereniging te tonen en inzage

van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

De last van de kascommissie kan tussentijds door de ledenvergadering worden

herroepen, maar alleen als in dat geval een andere kascommissie wordt benoemd.

6. De ledenvergadering kan, op voorstel van het bestuur, een registeraccountant of

andere ter zake deskundige benoemen om de jaarrekening te controleren, daarbij een

toelichting op te stellen en daarover een verklaring af te leggen.

Ledenvergadering

Artikel 20

1. Aan de ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door

de wet of de statuten aan het bestuur of aan een commissie zijn opgedragen.

2. Jaarlijks, uiterlijk in de maand juni, wordt een ledenvergadering – de jaarvergadering- 15-

– gehouden.

3. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

a. de voorziening in vacatures in het bestuur;

b. de benoeming van de kascommissie voor het lopende verenigingsjaar en de

voorziening in eventuele vacatures in de commissie van beroep;

c. het jaarverslag, de jaarrekening en de toelichting daarop en de verklaring van de

registeraccountant of andere deskundige, wanneer deze is benoemd;

d. het verslag van de kascommissie over het afgelopen verenigingsjaar;

e. de definitieve begroting voor het lopende verenigingsjaar en de voorlopige

begroting voor het komende verenigingsjaar;

f. vaststelling van de contributie voor de leden en de jeugdleden en de hoogte van

het inschrijfgeld voor het komende verenigingsjaar.

4. Andere ledenvergaderingen worden gehouden zo vaak als het bestuur dit wenst, of

wanneer tenminste een zodanig aantal leden dat bevoegd is tot het uitbrengen van

één tiende deel van de stemmen, dit schriftelijk aan het bestuur, onder opgave van

redenen en van de te behandelen agendapunten verzoekt.

In het laatste geval is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een vergadering

op een termijn van niet langer dan vier weken. Als aan dit verzoek binnen veertien

dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping

overgaan, door oproeping overeenkomstig het bepaalde in het volgende artikel.

Bijeenroeping ledenvergadering

Artikel 21

1. De ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, onverminderd het

bepaalde in lid 4 van artikel 20 en worden gehouden binnen Nederland op de plaats

te bepalen door degene(n) die de oproeping voor de vergadering doet (doen) uitgaan.

2. De oproeping gebeurt schriftelijk en/of elektronisch aan de (mail)adressen van de

leden, jeugdleden en begunstigers en/of door middel van een oproep in een, binnen

het gebied waarin de meerderheid van de (jeugd)leden woonachtig is, veel gelezen

dagblad.

De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste drie weken. Wanneer echter het

bestuur een ledenvergadering bijeenroept op verzoek van de leden zoals bedoeld in

lid 4 van artikel 20, bedraagt de termijn van oproeping tenminste twee weken.

Bij de oproeping van een ledenvergadering worden vermeld: de plaats, datum en het

tijdstip van de vergadering en de agendapunten.

Bij de oproeping worden de op de agenda betrekking hebbende stukken

meegezonden of wordt medegedeeld op welke plaatsen en vanaf welk tijdstip die

stukken voor de leden, jeugdleden en begunstigers ter inzage liggen.

Elk lid heeft het recht agendapunten voor de behandeling in de ledenvergadering

schriftelijk bij het bestuur in te dienen, behoudens het geval dat het betreft een

vergadering als bedoeld in lid 4 van het voorgaande artikel. Dergelijke agendapunten

dienen uiterlijk vijf weken voor de vergadering in het bezit te zijn van het bestuur.- 16-

Het bestuur neemt de door de leden ingediende agendapunten in de agenda op tenzij

zwaarwegende belangen van de vereniging zich daartegen verzetten.

3. In een ledenvergadering kan uitsluitend rechtsgeldig worden besloten ten aanzien

van geagendeerde punten. In spoedeisende gevallen kan een agendapunt tijdens de

vergadering worden toegevoegd op voorwaarde dat hiertoe wordt besloten met

tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk moment de vergadering een aldus

ingelast agendapunt zal behandelen.

Toegang en stemrecht

Artikel 22

1. Toegang tot de ledenvergadering hebben alle leden en jeugdleden met inachtneming

van het bepaalde in artikel 7 lid 11 en de begunstigers. Over toegang tot de

ledenvergadering van anderen beslist de voorzitter van de vergadering.

2. Ieder lid heeft één stem. Door elk lid en dus ook door elk bestuurslid, kan tijdens de

vergadering één stem worden uitgebracht.

3. Een lid kan zijn stem bij volmacht uitbrengen. De gevolmachtigde mag maximaal

namens drie leden een stem uitbrengen.

4. Stemgerechtigde leden kunnen in de algemene vergadering hun stemrecht

uitoefenen. Deze stemming geschiedt in principe fysiek op locatie. Daarnaast bestaat

de aanvullende mogelijkheid tot het stemmen middels een elektronisch

communicatiemiddel. Het bestuur kan aan de elektronische stemmogelijkheid nadere

voorwaarden verbinden of besluiten dat deze mogelijkheid voor een bepaalde

algemene vergadering niet wordt geboden.

5. Ingeval het op enig moment wettelijk toegestaan is om de ledenvergadering volledig

digitaal te laten plaatsvinden dient deze ledenvergadering te worden georganiseerd

met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.

6. Voor de toepassing van het stemmen door middel van een elektronisch

communicatiemiddel draagt het bestuur ervoor zorg dat de stemgerechtigde via het

elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan

kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan

uitoefenen.

7. Het bestuur draagt er in de vergaderingen voor zorg dat de stemgerechtigde via het

elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.

8. Stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch

communicatiemiddel worden uitgebracht, maar niet eerder dan op de dertigste dag

voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met stemmen die ten tijde van de

vergadering worden uitgebracht.

9. Onverminderd het stemrecht als lid hebben bestuursleden in de algemene

vergadering een raadgevende stem.

Voorzitterschap; notulen

Artikel 23- 17-

1. De ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur.

Bij afwezigheid van de voorzitter tijdens de vergadering treedt één van de andere be-

stuursleden, aan te wijzen door het bestuur, als voorzitter op.

Echter in geval het betreft een ledenvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 4, wordt

door die vergadering zelf in het voorzitterschap voorzien.

2. Van het verhandelde in de ledenvergadering worden door de secretaris van het

bestuur en bij diens afwezigheid door degene die daartoe door de voorzitter van de

vergadering wordt aangewezen, notulen gemaakt.

Deze notulen worden aan de volgende ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd.

Besluitvorming van de ledenvergadering

Artikel 24

1. Voor zover de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten door de

ledenvergadering genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte

stemmen.

2. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn

uitgebracht.

3. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen wordt schriftelijk gestemd,

onverminderd de mogelijkheid om op voorstel van de voorzitter van de vergadering

een besluit te nemen bij acclamatie.

4. Indien bij een verkiezing van personen geen van de kandidaten het vereiste aantal

stemmen heeft verkregen, wordt herstemd over de twee kandidaten, die in eerste

instantie de meeste stemmen kregen.

Mochten door gelijkheid van stemmenaantal meer dan twee personen voor de

herstemming in aanmerking komen, dan wordt door een tussenstemming uitgemaakt

over welke twee van hen zal worden herstemd, casu quo over welke van hen tezamen

met de kandidaat die in eerste instantie het hoogste aantal stemmen verwierf, zal

worden herstemd.

Bij herstemming en tussenstemming is diegene verkozen, die de meeste stemmen op

zich verenigt.

Indien bij een herstemming of tussenstemming de stemmen staken, beslist het lot.

5. Staken de stemmen bij een andere stemming dan wordt het voorstel geacht niet te

zijn aangenomen.

Statutenwijziging

Artikel 25

1. In de statuten van de vereniging kan alleen verandering worden gebracht door een

besluit van een ledenvergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat op

die vergadering wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

2. Zij die de oproeping tot de ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot

statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste twee weken vóór de dag van die

vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging

woordelijk is opgenomen, op twee of meer daartoe geschikte plaatsen voor de leden- 18-

ter inzage leggen tot de afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.

De plaatsen waar het voorstel voor de statutenwijziging ter inzage ligt, worden bij de

oproeping voor de vergadering bekend gemaakt. Tevens kan het voorstel tot wijziging

van de statuten worden opgenomen in het verenigingsblad.

3. Wanneer de vereniging lid is van een overkoepelende organisatie van

hengelsportverenigingen moet een voorstel tot wijziging van de statuten

voorafgaand ter goedkeuring aan die organisatie te worden voorgelegd.

4. Een besluit tot wijziging van de statuten behoeft tenminste twee derde van de geldig

uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste 0,3 procent van het

aantal leden van de vereniging per één januari van het desbetreffende jaar, aanwezig

is.

5. Wanneer in een vergadering, waarin een voorstel voor een statutenwijziging aan de

orde komt, niet het overeenkomstig het voorgaande lid vereiste aantal leden

aanwezig is, wordt tenminste zes weken en ten hoogste tien weken na de eerste

vergadering een volgende vergadering (de “tweede vergadering”) gehouden, waarin

een besluit tot wijziging van de statuten kan worden genomen, ongeacht het aantal

ter vergadering aanwezige leden, maar met een meerderheid van tenminste

tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.

Bij de oproeping voor de tweede vergadering wordt medegedeeld dat het een tweede

vergadering betreft als bedoeld in dit artikel en dat aldaar kan worden besloten over

de voorgestelde statutenwijziging ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige

leden.

Het voorstel voor de statutenwijziging wordt opnieuw ter inzage gelegd zoals

voorgeschreven in het voorgaande lid 2, waarvan in de oproeping voor de tweede

vergadering melding wordt gemaakt.

6. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is

opgemaakt.

Ieder bestuurslid is bevoegd om de gewijzigde statuten in een notariële akte te laten

opnemen en om deze akte te tekenen.

Ontbinding en vereffening

Artikel 26

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de ledenvergadering.

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 van het voorgaande artikel is daarbij van

overeenkomstige toepassing.

2. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de ontbonden

vereniging, tenzij bij het besluit tot ontbinding andere vereffenaars worden

aangewezen.

3. De bestemming van het batig saldo wordt, op voorstel van het bestuur bepaald door

de ledenvergadering bij het besluit tot ontbinding, welke bestemming zoveel mogelijk

in overeenstemming met het doel van de vereniging dient te zijn.

Huishoudelijk reglement- 19-

Artikel 27

1. De ledenvergadering zal, op voorstel van het bestuur, een huishoudelijk reglement

vaststellen en kan in een aldus vastgesteld reglement aanvullingen en wijzigingen

aanbrengen.

2. Een huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen, ook

waar deze geen dwingend recht bevatten, noch met de statuten.

3. Het bepaalde in artikel 26 lid 1 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling

en de aanvulling of wijziging van het huishoudelijk reglement.

Onvoorziene situaties

Artikel 28

In de gevallen waarin de wet, deze statuten of het huishoudelijk reglement niet voorzien

of waarin verschil van opvatting blijkt te bestaan omtrent uitleg en/of toepassing van de

wet, deze statuten of het huishoudelijk reglement, beslist het bestuur.

BIJLAGEN

Aan deze akte is vastgemaakt:

– notulen algemene vergadering.

RECTIFICATIE

De comparante, handelend als gemeld, verklaarde bij deze volmacht te geven aan de

werknemers op kantoor van Bruggink & van Beek notarissen werkzaam, en wel aan

ieder van hen afzonderlijk, om voor en namens partijen te compareren in verband met

het bepaalde in deze akte bij akte(n) van rectificatie indien zulks nuttig of nodig mocht

blijken.

SLOT

Bekendheid comparante

De comparante is mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken

comparante/partij is door mij, notaris, aan de hand van de daartoe bestemde

documenten vastgesteld.

————————————————————- Waarvan akte,

in minuut is verleden te Wijchen op de datum in het hoofd dezer akte vermeld.

De inhoud van deze akte is zakelijk aan de verschenen persoon opgegeven en

toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard tijdig voor het verlijden van deze

akte een ontwerp daarvan te hebben ontvangen, van de inhoud daarvan kennis te

hebben genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.

Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparante en mij, notaris,

ondertekend.