Feedervisser
Feedervissen
Feedervissen is een effectieve manier om witvis te vangen met een werphengel, een gevoelige top en een voerkorf. In de voerkorf zit lokvoer. Daarmee breng je voer en haakaas steeds op dezelfde plek, ook als de vis verder uit de kant ligt.
Bij feedervissen gebruik je geen dobber. De beet zie je aan de dunne top van de hengel. Die top kan tikken, trillen, kromtrekken of juist terugveren. Dat zijn signalen dat er vis aan het aas zit.
Feedervissen is geschikt voor beginners, maar ook voor ervaren vissers. De basis is eenvoudig, maar je kunt er veel in verfijnen.
Waarom feedervissen?
Met een vaste stok vis je vooral dichtbij. Met een feederhengel kun je verder uit de kant vissen en toch precies voeren. Dat maakt feedervissen sterk op vaarten, kanalen, vijvers en bredere wateren.
Feedervissen is handig wanneer:
- de vis verder uit de kant ligt;
- je op dieper water vist;
- er wind staat;
- dobbervissen lastig wordt;
- je gericht op brasem, voorn of kolblei vist;
- je steeds op dezelfde plek wilt voeren.
In en rond Den Helder zijn genoeg wateren waar deze techniek goed werkt. Denk aan vaarten, kanalen, vijvers en bredere stukken water waar je met de vaste stok net niet bij de vis komt.
Hoe werkt feedervissen?
De basis is simpel.
Je vult een voerkorf met lokvoer. Aan de lijn zit een onderlijn met haak en aas. Je werpt de montage naar dezelfde plek. De korf zakt naar de bodem en geeft daar langzaam voer af. De vis komt op het voer af en vindt daar ook je haakaas.
Na het ingooien draai je de lijn rustig strak tot de top licht krom staat. Niet keihard strak, want dan trek je de korf van zijn plek. De top moet alleen onder lichte spanning staan. Zo zie je een aanbeet goed.
Wat heb je nodig?
Voor feedervissen heb je geen overdreven dure uitrusting nodig. Een goede basisset is genoeg.
Je hebt nodig:
- feederhengel;
- molen;
- hoofdlijn;
- voerkorven;
- onderlijnen met haken;
- lokvoer;
- aas;
- hengelsteun of feederarm;
- schepnet;
- eventueel een peillood of lege korf om de bodem te verkennen.
Begin niet met te veel spullen. Een eenvoudige set waar je goed mee kunt vissen, vangt meer dan een dure tas vol materiaal dat niet bij elkaar past.
Welke feederhengel kies je?
Feederhengels zijn er in verschillende lengtes en werpgewichten. De juiste keuze hangt af van de afstand, het water, de stroming en het gewicht van de korf.
Light feeder
Een light feeder gebruik je op kortere afstand en rustig water.
Geschikt voor:
- vijvers;
- sloten;
- rustige vaarten;
- voorn;
- kolblei;
- kleine tot middelgrote brasem.
Richtlijn:
- lengte: ongeveer 2,70 tot 3,30 meter;
- korfgewicht: ongeveer 20 tot 40 gram.
Een light feeder is gevoelig en leuk bij kleinere vis. Gebruik hem niet met te zware korven. Dan overbelast je de hengel en wordt werpen onnauwkeurig.
Medium feeder
De medium feeder is de beste allround keuze.
Geschikt voor:
- vaarten;
- kanalen;
- iets dieper water;
- lichte stroming;
- brasem;
- voorn;
- gemengde witvisserij.
Richtlijn:
- lengte: ongeveer 3,30 tot 3,90 meter;
- korfgewicht: ongeveer 40 tot 80 gram.
Voor de meeste recreatieve vissers is dit de meest logische feederhengel om mee te beginnen.
Heavy feeder
Een heavy feeder gebruik je voor grotere afstanden, dieper water, zwaardere korven of stroming.
Geschikt voor:
- breed water;
- stromend water;
- diepe kanalen;
- zware korven;
- grote brasem;
- sterke vis.
Richtlijn:
- lengte: ongeveer 3,90 tot 4,20 meter;
- korfgewicht: ongeveer 80 tot 120 gram of meer.
Gebruik een heavy feeder alleen als het nodig is. Te zwaar vissen maakt de beetregistratie minder subtiel en haalt het plezier uit kleinere vis.
De feedertop
De top van een feederhengel heet vaak een quivertip. Deze top laat de beet zien. Vaak krijg je meerdere toppen bij een feederhengel, bijvoorbeeld licht, medium en zwaar.
Kies je top op basis van:
- wind;
- stroming;
- korfgewicht;
- afstand;
- hoe voorzichtig de vis aast.
Een lichte top is gevoelig, maar kan onrustig zijn bij wind of stroming. Een zwaardere top is stabieler, maar laat subtiele aanbeten minder goed zien.
Een veelgemaakte fout is dat vissers de top alleen kiezen op basis van visgrootte. Dat klopt niet helemaal. De top moet vooral passen bij de omstandigheden en het gewicht waarmee je vist.
Welke voerkorf gebruik je?
De voerkorf is het hart van feedervissen. Hiermee breng je voer op je stek.
Open voerkorf
Een open voerkorf is de gewone feederkorf. Het voer kan aan beide kanten uit de korf werken.
Gebruik deze bij:
- stilstaand water;
- langzaam stromend water;
- voorn;
- brasem;
- normaal feedervissen;
- situaties waarin je een voerplek wilt opbouwen.
Dit is de beste korf om mee te beginnen.
Gaaskorf
Een gaaskorf geeft het voer snel vrij. Het voer komt makkelijk uit de korf en verspreidt zich snel op de bodem.
Gebruik deze bij:
- actief voer;
- ondieper water;
- warmere maanden;
- vis die actief aast;
- snel een voerplek opbouwen.
In diep of stromend water kan het voer te snel uit de korf spoelen. Maak het voer dan iets natter of kleveriger.
Window feeder
Een window feeder houdt het voer beter vast en geeft het gecontroleerder af.
Gebruik deze bij:
- grotere afstand;
- dieper water;
- brasemvisserij;
- situaties waarin het voer pas op de bodem goed moet vrijkomen.
Deze feeder is handig wanneer een gewone gaaskorf te snel leegspoelt.
Method feeder
De method feeder is een aparte techniek. Hierbij druk je voer of pellets compact rond de feeder. Het haakaas ligt direct bij het voer.
Gebruik deze vooral bij:
- commercials;
- karpervijvers;
- vijvers met veel vis;
- brasem;
- zeelt;
- karper.
Voor method feeder maken we een aparte pagina, omdat deze techniek eigen materiaal, aas en montages heeft.
Korfgewicht kiezen
Kies je korf niet zwaarder dan nodig.
Een te lichte korf blijft niet goed liggen of werpt onnauwkeurig. Een te zware korf maakt je montage grof en kan voorzichtige aanbeten minder goed laten zien.
Richtlijn:
| Situatie | Korfgewicht |
| Korte afstand, stilstaand water | 15 tot 30 gram |
| Vijver of rustige vaart | 20 tot 40 gram |
| Kanaal of dieper water | 30 tot 60 gram |
| Lichte stroming | 50 tot 80 gram |
| Sterke stroming of grote afstand | 80 gram en zwaarder |
Dit zijn richtlijnen. Kijk altijd wat er aan de waterkant gebeurt. Blijft je korf niet liggen, dan moet je zwaarder vissen. Lijkt alles te grof en zie je weinig beet, dan kan lichter beter zijn.
Loodvrij feedervissen
Bij feedervissen worden nog veel korven met lood gebruikt. Dat past steeds minder bij verantwoord sportvissen. Lood hoort niet thuis in het water. Bij lijnbreuk of verlies blijft het achter op de bodem.
Kies waar mogelijk voor loodvrije alternatieven.
Denk aan:
- loodvrije feederkorven;
- korven met staal of ijzer;
- milieuvriendelijke werpgewichten;
- visveilige montages.
Als er een goed loodvrij alternatief beschikbaar is, gebruik dat dan. Zeker bij feederen, waar korven soms vast komen te zitten, is dit belangrijk.
Welke lijn gebruik je?
Nylon hoofdlijn
Nylon is voor de meeste beginners de beste keuze. Het is makkelijk te gebruiken en heeft rek. Die rek vangt klappen van de vis op.
Voordelen:
- makkelijk te knopen;
- vergevingsgezind tijdens de dril;
- geschikt voor korte en middellange afstand;
- prettig voor beginners.
Nadeel:
- op grote afstand zie je aanbeten minder direct.
Richtlijn: gebruik voor algemeen feedervissen nylon van ongeveer 0,20 tot 0,25 mm.
Gevlochten lijn
Gevlochten lijn heeft bijna geen rek. Daardoor zie je aanbeten sneller en directer.
Voordelen:
- scherpe beetregistratie;
- goed op afstand;
- dunne diameter;
- veel contact met de korf.
Nadelen:
- minder vergevingsgezind;
- vraagt betere slipafstelling;
- vaak is een voorslag nodig;
- minder geschikt voor beginners.
Voor wie net begint, is nylon meestal verstandiger.
Onderlijn en haak
De onderlijn kies je op basis van vissoort, aas en omstandigheden.
Richtlijn:
| Visserij | Onderlijn | Haak |
| Voorn en kleine witvis | 0,10 tot 0,12 mm | maat 16 tot 20 |
| Brasem en kolblei | 0,12 tot 0,16 mm | maat 12 tot 16 |
| Zeelt | 0,16 tot 0,20 mm | maat 10 tot 14 |
| Lichte karpervisserij | 0,18 tot 0,22 mm | maat 8 tot 12 |
Een te dikke onderlijn geeft minder aanbeten. Een te dunne onderlijn kost vis. Stem dit dus af op het water en de vis die je verwacht.
Aas voor de feeder
Veelgebruikt aas bij feedervissen:
- maden;
- casters;
- mais;
- worm;
- pellets;
- brood;
- combinaties zoals made met mais of worm met caster.
Voor witvis zijn maden, casters, mais en worm echte klassiekers. Begin simpel. Twee maden of een made met een maiskorrel vangt vaak beter dan ingewikkelde combinaties.
Lokvoer aanmaken
Voer moet passen bij het water. Droger voer werkt sneller en wolkt meer. Natter voer blijft langer in de korf en komt rustiger vrij.
Gebruik droger voer bij:
- ondiep water;
- stilstaand water;
- actieve vis;
- korte sessies.
Gebruik natter of kleveriger voer bij:
- dieper water;
- stroming;
- grote afstand;
- wanneer de korf pas op de bodem moet lossen.
Maak voer in stappen nat. Eerst mengen, dan even laten rusten, daarna opnieuw controleren. Te droog voer kun je nog corrigeren. Te nat voer is lastiger te redden.
Een simpele test: knijp een bal voer samen en laat die in een emmer water vallen. Valt hij direct uit elkaar, dan is het voer te droog. Blijft hij als een harde kleibal liggen, dan is het te nat of te kleverig.
Hoe bouw je een voerplek op?
Bij feedervissen draait veel om ritme.
Start bijvoorbeeld met 4 tot 6 korven voer op dezelfde plek. Daarna ga je vissen met aas aan de haak.
Vervolgens houd je een vast ritme aan.
Richtlijn:
| Situatie | Opnieuw ingooien |
| Actieve vis | iedere 3 tot 5 minuten |
| Rustige vis | iedere 7 tot 10 minuten |
| Brasem op de stek | soms langer laten liggen |
| Veel kleine vis | vaker opnieuw brengen |
Het gaat niet om zoveel mogelijk voeren. Het gaat om constant en betrouwbaar voeren.
Nauwkeurig werpen
Feedervissen valt of staat met nauwkeurig werpen. Als je steeds ergens anders gooit, verspreid je het voer en bouw je geen goede stek op.
Praktische tips:
- kies een vast mikpunt aan de overkant;
- gebruik de lijnclip voor dezelfde afstand;
- werp rustig en gecontroleerd;
- rem de worp af vlak voordat de korf het water raakt;
- draai daarna rustig strak;
- leg de hengel stabiel op de steun.
Gebruik de lijnclip verstandig. Bij sterke vis moet je kunnen reageren. Verwacht je karper of vis je dicht bij obstakels, wees dan extra voorzichtig met vastgeclipt vissen.
Beetregistratie
Na het ingooien zet je de hengel op de steun. De top staat licht gebogen.
Aanbeten kunnen er zo uitzien:
- korte tikken;
- langzaam kromtrekken;
- plotseling hard doorbuigen;
- terugvallen van de top;
- trillen van de top.
Niet elke tik is een vis die je moet aanslaan. Kleine tikjes kunnen ook lijnzwemmers zijn of vis die tegen de lijn komt. Bij brasem wacht je vaak op een duidelijke doorbuiger of een terugvaller.
Sla niet hard aan. Meestal is rustig oppakken en druk zetten genoeg.
Afsteunen van de hengel
Zet je feederhengel stabiel neer. De hoek van de hengel bepaalt hoe goed je de beet ziet.
Bij stilstaand water kun je de hengel vaak schuin naar voren of iets zijwaarts leggen.
Bij stroming zet je de hengel meestal hoger, zodat er minder lijn in de stroming ligt.
Zorg dat de top goed zichtbaar is. Als je de top niet goed kunt zien, vis je op goed geluk.
Wanneer kies je feeder boven vaste stok?
Kies feeder als:
- de vis buiten vaste-stokafstand ligt;
- het water dieper is;
- er wind staat;
- je gericht op bodemvis vist;
- je met voer een stek wilt opbouwen;
- je comfortabel vanaf de kant wilt vissen.
Kies vaste stok als:
- de vis dichtbij ligt;
- je heel licht en precies wilt vissen;
- de aanbeten voorzichtig zijn;
- snelheid belangrijk is;
- je in ondiep water vist.
Geen techniek is altijd beter. De omstandigheden bepalen wat slim is.
Veelgemaakte fouten
Te veel voeren
Meer voer betekent niet automatisch meer vis. Zeker in koud water kun je een stek snel doodvoeren. Begin rustig en voer pas bij als de vis reageert.
Verkeerde korf gebruiken
Een korf die te snel leeg is, voert onderweg al. Een korf die te lang dicht blijft, doet op de bodem weinig. Pas korf en voer aan elkaar aan.
Niet nauwkeurig werpen
Als je steeds op een andere plek gooit, verspreid je het voer. Dan vis je niet op een voerplek, maar op toeval.
Te snel aanslaan
Bij feederen hoef je niet op elke tik te reageren. Wacht op een duidelijke aanbeet.
Te zwaar vissen
Een te zware korf, te dikke lijn en te grove haak geven minder aanbeten. Vis zo licht als verantwoord kan.
Geen rekening houden met wind en stroming
Wind en stroming trekken aan je lijn. Daardoor lijkt het soms alsof je beet hebt. Pas dan je hengelstand, top of korfgewicht aan.
Visveiligheid
Gebruik materiaal dat past bij de vis die je verwacht. Te licht vissen op sterke vis geeft lange drils en meer kans op schade.
Let op:
- gebruik een schepnet;
- onthaken met natte handen;
- leg grotere vis op een natte, zachte ondergrond;
- laat vis niet onnodig lang op de kant;
- ruim lijn, korven en afval altijd op;
- neem oud voer en afval mee naar huis.
Gooi overgebleven voer niet zomaar in het water. Dat is slecht voor de waterkwaliteit en trekt vuil aan.
Startersadvies van HSV Den Helder
Wil je beginnen met feedervissen? Maak het niet te moeilijk.
Een goede startset:
- medium feeder van 3,30 tot 3,60 meter;
- molen maat 3000 of 4000;
- nylon hoofdlijn van ongeveer 0,22 mm;
- open voerkorven van 20, 30 en 40 gram;
- haken maat 14 en 16;
- onderlijnen van 0,12 tot 0,14 mm;
- maden, mais en eventueel worm;
- eenvoudig witvisvoer;
- schepnet en hengelsteun.
Met deze set kun je op veel wateren prima uit de voeten.
Advies van HSV Den Helder
Feedervissen is geen kwestie van zo ver mogelijk gooien en wachten. De kracht zit in ritme, nauwkeurigheid en logisch nadenken.
Kies je materiaal passend bij het water. Vis niet zwaarder dan nodig. Bouw rustig een voerplek op. Kijk goed naar je top. En kies waar mogelijk voor loodvrije korven en gewichten.
Wie dat doet, ontdekt snel waarom feedervissen al jaren één van de populairste technieken binnen het witvissen is.