Home / Vistechnieken / Matchvissen

Matchvissen

Matchvissen
Wie deze visserij onder controle heeft kan gericht op afstand met een dobber heel secuur vissen

De matchhengel

Een matchhengel is meestal langer en lichter dan een gewone werphengel. Vaak wordt gevist met een hengel van ongeveer 3,90 tot 4,20 meter.

De hengel heeft veel kleine geleideogen. Daardoor loopt de lijn mooi langs de blank en kun je met dunne lijnen en lichte dobbers vissen.

Een goede matchhengel heeft een soepele top. Die dempt de klappen van de vis en helpt om met dunne onderlijnen veilig te vissen.

Gebruik bij voorkeur een kleine of middelgrote molen (2500) met een goed werkende slip. De slip moet soepel afgesteld zijn, zeker als je met dunne lijnen vist.

Wanneer kies je voor matchvissen?

Je kiest voor matchvissen wanneer je verder wilt vissen dan met de vaste stok, maar niet met een feeder of werpkorf mag/wilt vissen.

Matchvissen is vooral handig bij:

  • vis die verder uit de kant ligt
  • bredere wateren
  • rustig tot licht stromend water
  • voorn, bliek, brasem en andere witvis
  • situaties waarbij een dobber beter beet laat zien dan een feederhengel

De techniek vraagt wel wat controle. Je moet goed kunnen werpen, de lijn onder water krijgen en steeds op dezelfde plek vissen.

Een vaste afstand en een vaste voerplek zijn belangrijk. Wie telkens ergens anders gooit, bouwt geen goede visplek op.

De wagglerdobber

De waggler is de meest gebruikte dobber bij matchvissen. Deze dobber wordt alleen aan de onderkant bevestigd. Dat is anders dan bij veel vaste stokdobbers, die boven en onder aan de lijn vastzitten.

Doordat de waggler alleen onderaan vastzit, kun je verder en strakker werpen. Ook kun je na de worp de lijn onder water trekken. Daardoor heeft de wind minder grip op de lijn en blijft de dobber beter op zijn plek.

Er zijn verschillende soorten wagglers.

Montage 1: vaste waggler montage

De vaste waggler montage is de basis van het matchvissen. De dobber zit vast op de lijn. Het meeste gewicht zit rond de dobber. Onder de dobber plaats je eventueel kleinere loodjes om het aas goed te laten zakken.

Deze montage is geschikt voor normaal tot middeldiep water.

Onderdelen van de vaste waggler montage

  1. Wagglerdobber
    De dobber wordt alleen aan de onderkant bevestigd.
  2. Connector of borglood
    Hiermee zet je de dobber vast op de lijn.
  3. Hoofdlood bij de dobber
    Dit zorgt voor stabiel werpen.
  4. Tussenlood
    Hiermee bepaal je hoe snel het aas zakt.
  5. Verklikkerlood
    Dit kleine loodje zorgt voor betere beetregistratie.
  6. Onderlijn en haak
    De haakmaat en onderlijn stem je af op het aas en de vissoort.

Wanneer gebruik je deze montage?

Gebruik deze montage bij:

  • stilstaand of langzaam stromend water
  • normale diepte
  • korte tot middellange afstand
  • voorn, bliek en brasem
  • omstandigheden met weinig tot normale wind

Belangrijke tip

Zet bij een vaste waggler het meeste gewicht rond de dobber. Dat werpt stabieler en voorkomt dat de montage snel in de war raakt.

Hang niet te veel lood onderaan. Dan zakt het aas onnatuurlijk en wordt de beetregistratie slechter.

De lijn onder water trekken

Na de worp ligt de lijn vaak op het water. Wind kan dan een bocht in de lijn trekken, waardoor de dobber gaat drijven.

Daarom trek je de lijn na de worp onder water.

Dat doe je zo:

  1. Werp iets voorbij de voerplek.
  2. Steek de hengeltop kort onder water.
  3. Draai een paar slagen aan de molen.
  4. Breng de hengel rustig terug in positie.

Als de lijn goed onder water ligt, blijft de dobber stabieler staan en zie je aanbeten beter.

Inserted waggler

Een inserted waggler heeft een dunne, gevoelige antenne. Deze dobber is geschikt voor rustig water en voorzichtige aanbeten.

Gebruik deze dobber bij:

  • weinig wind
  • rustig water
  • voorzichtige vis
  • kortere tot middellange afstand

Het voordeel is dat je kleine aanbeten goed ziet. Het nadeel is dat de dobber minder stabiel is bij wind of golfslag.

Bodied waggler

Een bodied waggler heeft meer drijfvermogen en een duidelijker lichaam. Deze dobber is stabieler en beter zichtbaar.

Gebruik deze dobber bij:

  • meer wind
  • grotere afstand
  • dieper water
  • lichte golfslag

Een bodied waggler werpt vaak beter dan een fijne inserted waggler. De dobber is wel iets minder gevoelig, maar geeft meer controle.

Slider waggler

Een slider waggler gebruik je bij dieper water. De dobber schuift over de lijn tot aan een stuitje. Daarmee stel je de diepte in.

Gebruik een slider wanneer het water zo diep is dat een vaste waggler lastig of onhandig wordt om te werpen.

Bij een slider montage gebruik je meestal:

  • één of twee stuitjes
  • een kraaltje
  • een schuivende waggler
  • compact hoofdlood
  • eventueel verklikkerlood
  • miniwartel
  • onderlijn met haak

Deze montage vraagt meer aandacht dan een vaste waggler. De dobber moet vrij over de lijn kunnen schuiven. Blijft hij hangen, dan klopt de montage niet.